Voor mijn cultuurportfolio wilde ik me bewust eens buiten mijn comfortzone wagen. Romans zijn namelijk niet mijn favoriete genre: vaak gebeurt er te weinig en mis ik de spanning die me echt geboeid houdt. Toch stond ik plots aan de kassa van de lokale boekenhandel met Hamnet van Maggie O’Farrell in mijn handen.
Waarom net dit boek? De cover sprak me meteen aan, omdat de romantiek ervan afspatte. Bovendien deed de naam mij een belletje rinkelen. Ik linkte de titel al snel aan William Shakespeare, al kende ik het verhaal niet. Als liefhebber van Romeo and Juliet, al heeft dat hoogstwaarschijnlijk te maken met de knappe Leonardo DiCaprio, leek dit me een interessante kennismaking met een van zijn andere werken. Ook het feit dat er recent een verfilming werd gemaakt die zelfs genomineerd werd voor een Oscar, overtuigde me om het boek een kans te geven. Helaas kon het mijn verwachtingen niet helemaal inlossen.

Wanneer liefde plaatsmaakt voor verlies
De roman vertelt het verhaal van een bijzondere liefdesrelatie tussen twee buitenbeentjes. William is de jongste zoon van een welgestelde handschoenmaker, maar zelf eerder een doelloze dromer die weinig richting heeft in het leven en vooral wat lanterfant. Agnes daarentegen groeit op in de natuur, omringd door kruiden en haar geliefde torenvalk. Ze wordt gezien als een mysterieuze, bijna mythische figuur, een soort bosnimf met boordevol kennis van heelkunde. Een ware personificatie van de wildernis.
Wanneer de twee elkaar ontmoeten, slaat de vonk meteen over. Ondanks de weerstand van beide families, die William te jong en onbezonnen vinden en Agnes te vreemd, trouwen ze en trekken ze in bij Williams ouders. Niet veel later krijgen ze een dochter, Suzanna, en lijkt hun leven zich rustig te settelen.
Toch blijft William zoeken naar een doel. Op aanraden van Agnes trekt hij naar Londen om er een carrière uit te bouwen als schrijver en regisseur van toneelstukken. Wat begint als een tijdelijke stap, groeit uit tot een steeds grotere afstand tussen hem en zijn gezin. Terwijl hij in Londen succes nastreeft, speelt het echte leven zich thuis af. Zelfs bij de geboorte van hun tweeling, Judith en Hamnet, is hij afwezig.
Tien jaar later slaat het noodlot toe wanneer Judith ernstig ziek wordt en symptomen vertoont die wijzen op de pest: een flinke griep, pijnlijke bulten in haar hals en zwart verkleurde nagels. Haar broer Hamnet zoekt wanhopig hulp en Agnes probeert al haar kruidenmengsels uit. William blijft ondertussen in Londen en is zich niet bewust van de tragedie die zich thuis voltrekt. Het gezin wordt langzaam uit elkaar gerukt door ziekte, afstand en verdriet.
Verloren in details en structuur
O’Farrell slaagt erin om het leven in de zestiende eeuw erg gedetailleerd en levendig te beschrijven. Als lezer word je ondergedompeld in de leefwereld van de personages en beleef je hun emoties van dichtbij. Toch vormt net die gedetailleerdheid voor mij ook een struikelblok. De uitgebreide beschrijvingen zorgen voor een traag tempo, waardoor de spanning vaak ontbreekt. Ik merkte dat ik het boek steeds weer weglegde, omdat het me niet wist te boeien. Soms wordt er zo uitvoerig ingegaan op kleine bijzaken dat het geheel repetitief en langdradig aanvoelt. Dit maakt het boek naar mijn mening minder geschikt voor leerlingen uit het secundair onderwijs, die vaak nood hebben aan een meer meeslepende en dynamische verhaallijn om gemotiveerd te blijven lezen.
Daarnaast vond ik de structuur van het boek verwarrend. In het begin wordt er voortdurend gewisseld van vertelperspectief en tijdlijn, waardoor het moeilijk is om te volgen wie wie is en hoe de personages zich tot elkaar verhouden. Nog voor je goed en wel in het verhaal zit, moet je al schakelen tussen verschillende generaties en momenten in de tijd.
Ook het gebrek aan duidelijke hoofdstukken werkte voor mij behoorlijk storend. De laatste 120 pagina’s vormen één doorlopend geheel, wat het moeilijk maakt om pauzes in te lassen. Omdat ik graag stop na een afgerond deel, zoals de controlefreak in mij, voelde dit erg onpraktisch. Het gevolg was dat ik telkens enkele pagina’s moest teruglezen om opnieuw in het verhaal te komen, wat het leesplezier niet ten goede kwam. Ook dit gebrek aan structuur kan voor leerlingen een extra drempel vormen, aangezien overzicht en duidelijke opdeling vaak helpen bij het verwerken van langere teksten.
Een laatste minpunt vond ik de evolutie van Agnes. Haar mysterieuze en intrigerende karakter aan het begin van het verhaal wekte hoge verwachtingen, maar gaandeweg vervaagt dat unieke aspect en groeit ze uit tot een vrij alledaagse figuur. Geen sprankelende bosnimf, maar wel een saaie huisvrouw die aan de haard zit en op de kinderen past. Haar personage verloor daardoor voor mij een groot deel van zijn aantrekkingskracht.

Enkele lichtpuntjes in het duister
Naast alle kritiek heb ik ook enkele positieve elementen te melden. Zo wordt de relatie tussen William en Agnes op een prachtige en genuanceerde manier weergegeven. Ondanks alle moeilijkheden blijven ze elkaar begrijpen en vinden ze telkens opnieuw hun weg naar elkaar. Die onvoorwaardelijke verbondenheid is ontroerend en geeft het verhaal een warme boodschap. Blijkbaar schuilt er in mij toch een romanticus, ondanks mijn kritische blik op het genre, een kleine contradictie als het ware.
Daarnaast vond ik de beschrijving van hoe de pest zich verspreidt doorheen Europa bijzonder interessant. O’Farrell schetst een ketting van toevalligheden, van een besmette vlo in Alexandrië tot de uiteindelijke gevolgen in Engeland, wat een boeiend historisch intermezzo vormt.
Wat de taal betreft, wordt de originele Engelse versie geprezen om haar authentieke, zestiende-eeuwse stijl. In de Nederlandse vertaling is dat archaïsche karakter minder aanwezig, wat het boek wellicht toegankelijker, maar ook saaier maakt. Persoonlijk had ik gehoopt op een meer uitgesproken Shakespeareaanse toets, maar deze moest uitblijven.
Shakespeare in de klas
Hoewel ik zelf geen uitgesproken fan ben van de roman, zie ik duidelijk het potentieel ervan als lesmateriaal voor het vak Nederlands. Het boek leent zich voor verschillende leesvormen: voorlezen, tutorlezen of vrij lezen.
Vóór het lezen is het belangrijk de voorkennis te activeren. De vraag “Wie was Shakespeare en wat was zijn connectie met Hamnet?” vormt een mooi vertrekpunt. Leerlingen hebben wellicht al van Shakespeare gehoord, maar de geschiedenis van zijn zoon zal voor de meesten onbekend terrein zijn. Achtergrondkennis aanreiken is dus essentieel, net als het laten maken van voorspellingen waarop later kan worden teruggekeken.
Tijdens het lezen voorzie ik ruimte voor interactie via stimulerende en gesprekstechnische vragen: “Lijk je op een bepaald personage? Hoe zou je je voelen als je partner maandenlang naar een andere stad verhuist? Waarom zou Agnes ervoor kiezen om alleen in het bos te bevallen?”
Na het lezen zijn er tal van verdiepingsmogelijkheden. De filmtrailer biedt een ideale vergelijkingsbasis met de roman alsook een geselecteerde passage uit Shakespeares eigen werk. Creatieve opdrachten zoals een herschrijving waarbij zus Judith sterft in plaats van Hamnet, of het organiseren van een literaire talkshow, sluiten eveneens goed aan. Maar ook niet-creatieve opdrachten, zoals een interview met een klasgenoot of het omschrijven van een treffende passage, lijken me zinvolle verwerkingsvormen.
Kortom, Hamnet is zeker waardevol lesmateriaal met veel didactische mogelijkheden.
Van boek naar doek
Hoewel het boek me niet volledig wist te overtuigen, ben ik toch benieuwd naar de verfilming. Volgens een vriend wordt het verhaal daarin sneller en emotioneler gebracht, met meer nadruk op conflict en passie. Dat spreekt me alvast meer aan. Een filmavond staat dus op de planning, zodat ik het onderscheid tussen het boek en het doek kan maken, en wie weet kan die versie me wel echt raken.
O’Farrell, M. (2020). Hamnet (Vertaling Lidwien Biekmann) Nijgh & Van Ditmar.