
In Nederland wordt de studententaal steeds meer overspoeld met ‘afko’s’, oftewel afkortingen. Dit fenomeen wordt omschreven als ‘vermarieclairisering’, een verwijzing naar het Instagram-account van influencer Lot Mulder. In 2020 introduceerde zij een fictief typetje genaamd Marie Claire, een stereotype van een vrouwelijke studente uit de Randstad met een hoge sociaal-economische status, herkenbaar aan haar haarclip, haar voorkeur voor het drinken van witte wijn met vriendinnen en haar taalgebruik doorspekt met ‘afko’s’. Marie Claire, die gezien wordt als welgesteld, jong en trendy, werd een rolmodel voor velen. Zo groeide tijdens de COVID-19-pandemie zowel haar populariteit als de ironie rondom haar taalgebruik.
Vooral jongeren omarmen deze trend omdat ze zich willen onderscheiden van anderen en snel wensen te communiceren. Het is een soort eigen taal die bijdraagt aan een gevoel van verbondenheid. Veel van deze afkortingen hebben daarom betrekking op het studentenleven, zoals ‘tenta’ voor tentamen en ‘stufi’ voor studentenfinanciering.
Creatief met woorden: de kunst van het afkorten
Er zijn verschillende manieren om ‘afko’s’ te maken. Je kan bijvoorbeeld het laatste deel van een woord weglaten, zoals bij ‘situ’ voor situatie. Daarnaast kan je meerdere afgekorte delen of woordgroepen combineren met elkaar, waardoor een lange wandeling bijvoorbeeld wordt afgekort tot ‘lawa’. De zogenaamde Marie Claires zijn vooral dol op de uitgang -ie en gebruiken deze ook waar je het niet meteen verwacht: heerlijk wordt ‘heerlie’ of nog korter ‘hdp’ (heerlie de peerlie).
Niet mijn stijl
Het fenomeen heeft zich inmiddels zo ver verspreid dat ook Belgische jongeren steeds vaker de studententaal gebruiken. Toch is het hier lang niet zo gangbaar als in Nederland. Zelf ben ik niet echt een typische Marie Claire, want mijn gebruik van ‘afko’s’ blijft eerder beperkt. Woorden zoals alstublieft en universiteit kort ik soms af tot ‘alstu’ en ‘unief’, maar daar blijft het meestal bij. Veel afkortingen vind ik namelijk onduidelijk of zelfs lachwekkend, zoals ‘kladiladi’ voor “klap die laptop dicht.” De afkorting duurt net zo lang om uit te spreken, dus waarom zou je het gebruiken? Ik zie er het nut niet van in.
Mijn veertienjarige zussen daarentegen volgen de trend volledig. Ze kennen de ‘afko’s’ vooral door hun idool, popzangeres Roxy Dekker, die in haar lied ‘Anne Fleur Vakantie‘ zingt over lange wandelingen (lawa’s), espresso martini’s (esma’s) en havercappuccino’s (havercappu’s). Ze zingen beiden het nummer uit volle borst mee en nemen de afkortingen moeiteloos over. “Het is toch grappig?” zeggen ze, terwijl mijn ouders en ik met rollende ogen zuchten en hoofdschuddend kritiek uiten.
Tijdelijk of blijvend?

Het verkorten van woorden mag dan momenteel hip en trendy zijn, toch zou het me verbazen als mijn zussen over tien jaar nog steeds op die manier spreken. Studententaal lijkt me eerder iets tijdelijks, waar je vanzelf uitgroeit, dan iets generatiegebonden. Ik denk niet dat afkortingen snel een plek zullen krijgen in Van Dale en ik zie leerkrachten zulke termen ook niet in hun lessen gebruiken. Maar je weet het nooit. Voor nu houd ik het gewoon bij een borrelplank met bitterballen, en niet bij ‘een bopla met biba’s’.
Cremers, A. (2024, februari). Taal voor lang onderdrukte verhalen. Onze taal, jaargang 93 (nummer 1), 32-33.
Hallo Maxime,
Haha, dat taalgebruik van die tieners! We hebben er zo twee rondlopen thuis, dus ik weet waarover je het hebt. Al spreken die van ons vooral (een soort van) Engels.
Dat begon al heel vroeg. Ik geloof dat ze zo’n jaar of drie en vier waren toen er voor het eerst ‘ooooomaaaaaigod’ uitkwam. Ze zaten toen in de kleuterklas en echt waar, we kwamen niet meer bij. De Engelse woordenschat van onze meisjes breidde sindsdien alleen maar uit. Uit het niets dook ‘mijn bie-ef-ef’ op. Toen ik vroeg wat dát nu weer betekende, was het onze toen achtjarige dochter die met haar ogen rolde. “Mijn beste vriendin, hé mama.” De jongste (11 jaar) roept om de haverklap “allez, bro” tegen mijn man. Hij heeft er zich intussen bij neergelegd. Woorden als ‘awkward’ (raar), ‘aesthetic’ (mooi), ‘snitcher’ (klikspaan), ‘cringe’ (gênant), ‘random’ (willekeurig) zijn hier gezellig ingeburgerd. Hoewel onze dochters ze vaak nogal vreemd uitspreken (vooral het woord ‘awkward’) en ze totaal niet weten hoe je ze schrijft (de jongste zit nog in de lagere school), weten ze die woorden wél feilloos te gebruiken in de juiste context. Daar ben ik dan weer niet zo goed in. Als mama eens zo’n woord adopteert, is ze steevast … juist ja, cringe.
Vreemd dat die afko’s een typisch Nederlands fenomeen zijn. Tenzij het tienerwoord van 2024 – ‘noncha’ – een trend inluidt, komen we in de Vlaamse tienertaal voorlopig niet zo erg veel afkortingen tegen.
Neem dan de Franstaligen. Ik werk in Brussel en heb Franstalige collega’s die er wel pap van lusten. Het gaat daar van ‘bon aprem’ (bon après-midi), ‘le petit déj’ (le petit déjeuner), ‘à toute’ (à toute à l’heure), ‘un doc’ (un document), ‘un ordi’ (un ordinateur), ‘le matos’ (le matériel), ‘déso’ (désolé) en ga zo maar door. Het is een turbotaalje dat ik graag overneem. Want het is handig als je een mailtje moet schrijven, bijvoorbeeld. ‘Bon aprem’ en ‘deso’ zijn een stuk korter dan ‘bon après-midi’, en ‘désolée’. Een pak minder gedoe met accenten ook.
Maar hier gaat het om taalgebruik van volwassenen, dat is toch nog iets anders dan waar jij het over hebt, Maxime. Ik hoor mezelf ook nog niet zo gauw ‘heerlie peerlie’ zeggen. Maar dat is ook de bedoeling niet, integendeel. Het taaltje van Marie Claire en co behoort tot een bepaalde leefwereld, en is van een bepaalde leeftijdscategorie. Het is niet ons taaltje. Afblijven, wij. Niets belet ons om onze eigen slang te bedenken, toch?
In afwachting daarvan, zeg ik nu: kladiladi!
Bénédicte
Dag Maxime
De titel van dit bericht deed me even twee keer kijken. Ik dacht dan eerst ook waar gaat dit over? Maar ik was wel ineens getriggerd om verder te lezen.
Ik vind het bijzonder straf dat de jeugd zelf nieuwe afkortingen verzint, terwijl ik ervaar dat ze vaak weinig kennis hebben van de officiële afkortingen die al jaren bestaan. Zo vroeg een jonge collega me deze week nog wat ‘z.s.m.’ betekent. Maar ook hier thuis merk ik dat traditionele afkortingen minder goed gekend zijn. Een snelle navraag bij mijn 21-jarige dochter leert me dat zij nog nooit gehoord heeft van de nieuwe ‘afko’s’ zoals ‘lawa’, ‘kladiladi’ of ‘esma’. Ze vond het ook maar vreemd klinken en tegelijkertijd best wel grappig. We hebben er alvast eens goed mee kunnen lachen. Dit fenomeen zal in België dan misschien eerder voorkomen bij de iets jongere generatie, waar jouw zussen deel van uitmaken.
In ieder geval vind ik ‘een bopla met biba’s’ niet bepaald smakelijk klinken. Voor een borrelplank met bitterballen daarentegen ben ik wel altijd te vinden.
Groetjes
Cindy