Mijn eerste echte kennismaking met opera werd er meteen één om niet snel te vergeten. Eerder was ik al naar Phantom of the Opera gaan kijken, een productie die weliswaar onder de noemer opera valt, maar toch sterk aanleunt bij musical door de vele theatrale en toegankelijke elementen. Die ervaring voelde erg vertrouwd aan, maar dit keer bevond ik me op totaal ander terrein.
Dansers gezocht
Het idee voor het culturele uitje kwam van mijn papa. Hij maakte mama, mijn vriend en mij warm met het vooruitzicht op een ballet. We wisten enkel dat er een kinderkoor aan te pas zou komen. Zonder ons verder in te lezen, trokken we enthousiast naar het noorden van Antwerpen. In mijn hoofd zag ik al dansers, groot en klein, in roze tutu’s over het podium zweven. Vol verwachting nam ik plaats in de zaal, wachtend tot de eerste ballerina zou verschijnen.
Die ballerina kwam er helaas niet.
Halverwege de voorstelling beseften we dat we onze verwachtingen mochten loslaten. Papa had zich duidelijk vergist: hoewel het gezelschap inderdaad Opera Ballet Vlaanderen was, ging het hier niet om een ballet, maar om een operastuk, gezongen door volwassen solisten en een kinderkoor op de achtergrond. Het contrast met wat wij vooraf in gedachten hadden, kon moeilijk groter zijn. Strike één.
Bij het betreden van de zaal was ons al opgevallen dat er opvallend veel kinderen aanwezig waren, voornamelijk van lagere schoolleeftijd. We schreven dat toe aan het kinderkoor en het feit dat het een matinéevoorstelling was. Al snel bleek echter dat de hele voorstelling specifiek gericht was op een jong publiek. Geen volwassen productie, maar een voorstelling met een duidelijk educatieve insteek. Strike twee.
De voorstelling begon met een zweverige monoloog over de abstracte gevoelens van de seizoenen. Geen van ons voelde zich meteen aangesproken. Zonder elkaar aan te kijken, dachten we waarschijnlijk hetzelfde: laat dit snel voorbij zijn. Toen er niet veel later aan het publiek vragen werden gesteld, zakte de moed me helemaal in de schoenen. Alsof het lot ermee speelde, zaten wij op de tweede rij, zonder ook maar iemand voor ons. Wegduiken was dus geen optie. Strike drie.
Wanneer seizoenen zingen
Als operaleek kan ik geen technisch oordeel vellen over de zangkunsten. Wat ik wel kan zeggen, is dat er zuiver en harmonieus gezongen werd. De sopraan vertolkte de zomer en stond lijnrecht tegenover de bas, die de winter belichaamde. Hun conflict draaide om narcisme: elk seizoen vond zichzelf superieur en probeerde zoveel mogelijk kinderen voor zich te winnen. Wanneer de spanning te hoog opliep, kwam Venus, de godin van de liefde, tussenbeide om te benadrukken dat de seizoenen elkaar nodig hebben om in balans te blijven. Geen winter zonder zomer en vice versa.

Muzikaal werd de voorstelling ondersteund door een liveband van zes muzikanten die de solo’s naadloos aan elkaar weefden. Het kinderkoor zorgde op haar beurt voor aandoenlijke momenten: sommige kinderen zongen enthousiast mee, anderen vergaten even hun rol en zwaaiden uitbundig naar familie in het publiek. Dat leverde onbedoeld de meest spontane en charmante scènes van de namiddag op.
Toch lag het tempo van de voorstelling voor mijn gevoel erg laag. Verschillende teksten keerden meermaals terug, waardoor het geheel repetitief aanvoelde. Door die herhaling verloor de voorstelling aan spanning en dynamiek. Hoewel de show beperkt bleef tot slechts zeventig minuten, voelde het door het trage ritme beduidend langer aan. Ik keek maar liefst driemaal op mijn horloge en mijn ouders naast me waren letterlijk aan het knikkebollen.
Taal als extra drempel
Wat de ervaring extra bijzonder en tevens moeilijk maakte, was de taal. De volledige voorstelling werd gezongen in het Oudnederlands. Zelfs de bekende zin “hebban olla vogala nestas hagunnan” kreeg een melodische invulling. Voor mij klonk dat enigszins vertrouwd na de lessen met Roel Coesemans, maar de betekenis was voor menig ander vaak moeilijk te achterhalen. De combinatie van archaïsche woorden en zang maakte het eerder lastig om het verhaal goed te volgen, zeker voor kinderen.
Geen bisnummer voor mij
Zou ik opnieuw naar deze voorstelling gaan kijken? Absoluut niet. Ook in schoolverband zou ik Somer & Winter niet snel aanbevelen voor tieners.
De combinatie van Oudnederlands, een abstracte en symbolische verhaallijn en het trage, repetitieve tempo maakt het moeilijk om als jongere geboeid te blijven. Adolescenten zoeken vaak herkenning en willen sterk geprikkeld blijven, terwijl je deze voorstelling net zweverig en filosofisch kan noemen, waardoor er weinig emotionele aansluiting mogelijk was.
Daarnaast zorgt het herhalen van dezelfde teksten en muzikale motieven ervoor dat de spanningsboog verzwakt. Waar herhaling bij jonge kinderen kan helpen om een boodschap te versterken, werkt ze bij jongeren vaak net averechts en leidt ze tot afleiding of verveling. Ook de taal vormt een duidelijke drempel: wanneer je als toeschouwer voortdurend moet zoeken naar betekenis, gaat de spontaniteit van de beleving verloren.
Na afloop zijn we met z’n vieren nog iets gaan drinken op een terras, ver weg van de zaal. Daar konden we onze ongezouten mening ventileren en met de nodige overdrijving onze eigen versies brengen van de zang.
Eén ding is zeker: de volgende culturele uitstap laat ik niet meer door mijn papa bepalen. Voorlopig houd ik het liever bij musicals, waarvan zeker weet dat het iets voor mij is. Opera krijgt voorlopig van mij geen tweede kans. Het doek mag nog even gesloten blijven.
Vercauteren, H., Verelst, E. (2026, 1 februari). Opera Ballet Vlaanderen ‘Somer & Winter’. [Livevoorstelling]. Regisseur (Koutchoukali, K). Antwerpen, België.